Uiterst Uitloopeend

Uiterst Uitloopeend -

Terwijl een trekker mij tegemoet rijdt, hoor ik op de autoradio een supermarktreclame ‘uitloopeend!!’ gillen. Het is serieus een woord: uit-loop-eend. Lidl verkoopt het. Dood natuurlijk. Om te bakken. Met zo’n heerlijk restje levensvet waarin je een baguette’tje doopt. En de korstjes? Die gaan naar de parkeendjes. Parkeendjes die geen idee hebben over wat in grote schuren leeft en beeft. Onwetendheid is het eendje niet te verwijten. En wij?

Ik neem wat gas terug. De trekker gaat richting berm. Ik passeer met gepast respect. De boer knikt. Op zijn verweerde gezicht speelt vaag een glimlach. Ik steek mijn linkerhand op en rijd verder door het in tijd bevroren landschap. Terwijl ik vooruitga, check ik mijn navigatie. Bestemming bereikt. In gedachten verschijnen nieuwsbeelden van strijdende boeren.

Ik bevind me in de kantine van een intensieve veehouderij. Ik mag niet bij de dieren. Kan het me voorstellen na alle varkenspesten en branden en god weet wat. Ik brand los: “U houdt geen rekening met dierenwelzijn”. De veehouder knikt. Tussen twee stangen sudderen heeft niets te maken met houden van dieren. Moet je eens met Bello doen. Uiteindelijk zal het geen standhouden. Dan kijken we terug op dezelfde manier zoals we nu kijken naar slavernij. Plato en Aristoteles geloofden dat er zonder slavernij geen beschaving mogelijk was. Niet bepaald een bruikbaar citaat. Ik kijk de veehouder aan, wetende dat hij het anders heeft geprobeerd maar geen afzetmarkt vond.

Bio-industriediscussies leiden vaak tot schouderophalende mentale luiheid. Toch geven we om sommige dieren. Dat geeft hoop. En een hoop te doen, want naast vrije-uitloopkippen, woekert een hoop shit. Shit die natuurgebieden bedreigt en opgroeiende vrije vogeltjes hun pootjes laat breken. De boeren die hiervoor met pijlen van stikstof wetenschappelijk aan het kruis worden genageld, voelen het tot diep onder de gordel. Terwijl ze in Den Haag de vertrapte graszoden herstellen, voelen velen mee met plaatsvervangende vertrapte zieltjes en trappen ze de rivm-rapporten zonder pardon opzij. Maar voor het kreupele pluimvee is geen pardon. Op de snelweg scharen we ons achter de voedselverzorgende boer.

De grote agrarische stikstofschuldige heet ‘bio-industrie’. Ooit was het blijkbaar een strak plan om tig dieren op een kluitje te houden en vol te proppen. Maar wat blijkt?! Getsie. Poep. Snel de deksel op die gierput! We willen het niet weten en al helemaal niet meten. Verantwoordelijkheid wordt over het hek getost. Als hooibalen voor verhongerende Oostvaardersplassenpaardjes. Menig dierenliefhebber sprong in de bres en sloot. Trots gingen veel dierenactivisten-voor-een-dag in een drafje naar huis om net als de rest voor het avondeten dierlijdvlees te braden. Of, zoals een aantal betogers, om – weet ik uit betrouwbare bron – eerst in hun achtertuin wat brokjes in die megaschuur te werpen die propvol zit met babybiggetjes die blèren om… weet ik veel; ook een portie dierenliefde misschien?

De schuldige? Op sociale media tiert een heerlijke discussie over dierenactivisten-mensjes met tv-invloed. De groene boerenvingers wijzen; “Politieke spelletjes!”. Polarisatie floreert. De kinderen-van-de-rekening schreeuwen in de stallen. Maar zouden ze niet met roze bolle wangentjes hun adem inhouden als ze wisten waar beschaafde volwassenen mee bezig waren? Hopende op een drie-sterren-beter-leven?

Antropomorfisch? Zekers. Maar laat ik dan mijn hoop uitspreken. Dat we binnenkort ons karretje richting vegavlees of heelgoedlevenvlees duwen. Dat men staleend niet meer pikt, maar boeren met verbeterde uitloopeenden steunt. Doodgaan hoort – jaah, heel ongezellig – bij het leven; corebusiness voor consumptiedieren. Maar allemachtig, laat collectief leiderschap zien en laat bio-industrie een uitgelopen race zijn.

Recommend0 recommendationsPublished in Tweede Natuur

Related Articles

Responses

Publish and share your own blogs ? - editorial supervision applies -
Join now and get € 2,50 off any Full Membership with discount code BLOGGER